Aanmelden
  Leden: 40

leden 3 nieuwste leden:
   willeke1981   Smoollodo   cynthia   

Loginnaam:

Wachtwoord:

[ Wachtwoord vergeten? ]


[ Registreer ]


  Lid OnLine: 0
  Bezoekers OnLine: 5

Webmaster - Meanman
-- Onze SBT Kennel
Algemene Informatie SBT Herplaatsing SBT Honden Voeding Honden begrijpen Inzendingen Meanman Memoriam Meanman Nesten Meanman Reuen Meanman met pensioen Medische informatie SBT Show Tips SBT
TopArtikelen
Aantal artikelen: 46

Top 5 gelezen
- Rovamel's Vito Valiant
- Oldbrendas Rebellious Bailey
- Nestje 09-09-08
- Gentle
- Wie zijn wij?

Laatste 5 toegevoegd
- Mack
- Spijsvertering
- Commerciële voeding
- Shaun Ellis
- Gedragsleer
Poll
Deze site vind ik .....
 
Geweldig !
Goed!
Mooi!
Stoer!
Prachtig!
Resultaten
Handig

hostingdiscounter.jpg

Algemene Informatie SBT - Geschiedenis



Geschiedenis

tomwallsbuller.jpg



Het navolgende stuk werd door Phil Drabble opgenomen in zijn "Book of the Dog" (1948). Vermoedelijk is het kort na de officiële erkenning van de Stafford geschreven en dus tijdens een periode die van groot belang was in de ontwikkeling van ons ras. Bovendien erg interessant, omdat de verschillende types toen nog niet samen gesmolten waren.

In mijn vertaling zult u diverse Engelse uitdrukkingen aantreffen, enerzijds omdat ze nauwelijks in onze taal zijn om te zetten (bijv. 'Pit'), anderzijds, omdat bepalen van een passende vertaling menige discussie teweeg zou brengen ('Game!!').

Tonny Popelier

Om een goede Stafford te krijgen, moet men moeite doen, net als met de meeste waardevolle dingen in het leven. Geen enkele hond kan zo'n heerlijke kameraad zijn, als een correct opgevoede Stafford in goede conditie. Aan de andere kant kan een ongedisciplineerde Stafford, die te weinig beweging krijgt, in een paar minuten meer kwaad aanrichten, dan welke hond die ik ken.

Dit is eenvoudig te begrijpen, als we beseffen, dat Staffords meer dan een eeuw lang uitsluitend voor vechten gefokt werden. Toen rond 1835 het Bull-baiting uiteindelijk ophield, verplaatste de toewijding van de aanhangers van de 'Game Dog' zich van de Bull-ring naar de Dog-pit. Hondengevechten werder zeer populair en Bulldoggen werden gekruist met allerlei Terriers teneinde een combinatie te krijgen van onvervaarde moed met behendigheid en uithoudingsvermogen wat in de Pit meer nodig was dan in de ring.

Eerst noemde men de daaruitvolgende kruisingsproducten, die allesbehalve op elkaar leken, 'Bull and Terriers' en aangezien de besten voor de fok gebruikt werden, ontwikkelde zich langzamerhand een nieuw ras, dat bekend was als "Bull Terriers".

Sommige van deze Bull Terriers leken op hun Bulldog voorouders en waren nogal 'plompe' honden met een gewicht van zo'n 50 lbs (ca. 22 kilogram). Anderen toonden hun duidelijke Terrierbloed en wogen slechts tussen de 10 en 20 lbs (4,5 - 9 kilogram).

Er was geen 'type' in de zin van het woord zoals hedendaagse fokkers het gebruiken. Het gaf niet hoe ze eruit zagen, als ze maar wilden vechten. En wilden ze niet vechten, dan werden ze in de rivier gedeponeerd, hoe mooi ze er ook uitzagen.

Tussen 1860 en 1870 vielen deze Bull Terriers in twee groepen uiteen:
James Hinks uit Birmingham, die van een 'game' hond hield, fokte een witte stam, die hij bij de Engelse Kennelclub registreerde als 'Engelse Bull Terriers'. Men gelooft dat ze onstaan zijn uit kruisingen tussen de originele Bull Terriers en Dalmatiers; veel van de 'gameness' werd daarna opgeofferd voor het uiterlijk, het enige dat telde in de Showring.

Het originele ras, niet bedorven door kruisingen met niet op gameness gefokte rassen, kon nu geen aanspraak meer maken op de officiële naam 'Bull Terrier' om het te onderscheiden van het nieuw ontstane ras. Dat 'Staffordshire' aan de naam werd toegevoegd teneinde het oude ras van het nieuwe te onderscheiden, vindt zijn oorsprong in het feit, dat de kompels en metaalbewerkers uit Staffordshire zo dol waren op hondengevechten dat de sport praktisch geconcentreerd raakte in de Midlands.

Een halve eeuw ging voorbij, zonder dat de populariteit van hondengevechten afnam ondanks fikse schermutselingen met de politie. Er was niets gedaan om eenheid in type te verkrijgen, want moed en lichaamsbouw waren nog steeds de enige dingen die telden. Elke hond die buitengewoon succesvol was in de pit, werd als dekreu gebruikt, ongeacht zijn uiterlijk en er was een grote variatie in types die sindsdien opmerkelijk in een bepaalde streek thuishoorden.

In de Walsall streek is het gewoon honden te vinden van 34 tot 38 lbs (15 tot 17 kilogram) die dermate groot zijn, dat zij de indruk wekken Whippet voorouders te hebben. Mijn eigen theorie is dat men soms een hond met wat Bull Terrier bloed gebruikte om Whippets meer uithoudingsvermogen te geven, en het is mogelijk dat de nakomelingen van zo'n kruising voldoende vechtlust vertoonden om weer met Bull Terriers gekruist te worden, want beweeglijkheid is in de pit net zo belangrijk als moed.

Slechts een paar kilometer van Walsall, in de omgeving van Darlaston, verloochenen de Staffords hun Terrier voorouders niet. Zij zijn veel fijner in voorsnuit en hebben een duidelijk 'Terrierhoofd'. Verder zijn ze in het geheel kleiner en minder zwaar in bot, met een gewicht van 25 - 35 lbs. ( 11-16 kg.) en soms zelfs lichter. Die lieden uit Darlaston stellen dat "..alle andere doggen gekruist moeten zijn..", en dat hun honden de enige echte Staffords zijn.

Bovendien bestaat er naast de twee genoemde types nog een derde, dat men vindt in het gebied van Cradley Heath, enige kilometers naar het westen. Bij dit type is het overduidelijk, dat een der voorouders een meer oppervlakkige gelijkenis met de Bulldog had. Korte stevige voorsnuit en een brede schedel, ontzettende ribbenwelving en borstbreedte, spieren met bijna spreekwoordelijke kracht, alles draagt bij tot een indruk van vasthoudendheid.

Ditmaal is beweeglijkheid opgeofferd voor kracht, en toch is er een onmiskenbare overeenkomst tussen de drie types. De uitdrukking is hetzelfde en de manier waarop de staart gedragen wordt als een pompslinger; de korte dichte vacht, die bedrieglijk weerbestendig is; de karakteristieke schelle staccato blaf en het trippelend springerig gangwerk, dat de constante passie benadrukt.

Wie kan zeggen dat het ene type 'goed' is, en het andere type 'fout'?
Wie kan zeggen dat de ene hond een 'echte' Stafford is, en de andere niet? Tot zeer recent interesseerde het niemand erg veel, zolang iedere Stafford zich maar goed weerde in de pit. Maar dat verandert nu.

Derhalve werd een schema opgesteld teneinde een puntenschaal voor het keuren en bepalen en de Kennel Club was zo bereidwillig het ras te 'erkennen' als Staffordshire Bull Terrier.

Het is logisch dat de mensen die de puntenschaal vaststelden hun eigen stam honden als ideaal voor ogen hield, en dat was toevallig het 'Bulldog type', zo geliefd in Cradley Heath en omgeving. De gevolgen waren verstrekkend. Door de publiciteit ontleend aan de organiserende hondententoonstellingen, is de populariteit van de Stafford sterk toegenomen en hun marktwaarde is in dezelfde mate gestegen. Dit heeft een nieuw soort eigenaar aangetrokken dat meer geïnteresseerd is in de waarde dan in de 'gameness' van het ras. Deze lieden beweren luidkeels, dat het showtype 'juist' is en dat tentoonstellingsliefhebbers het ras tot een uniformiteit zullen brengen en de honden die niet aan de standaard beantwoorden zullen uitschakelen.

Ik heb lange discussies aangehoord over welke types het best geschikt zijn voor de pit. Sommigen houden van een 'verreikende' hond, zoals het Walsall type, omdat hij zijn tegenstander tegen de grond kan drukken. Sommigen houden van het forse Cradley type, omdat zij minder gemakkelijk ondersteboven te lopen zijn. Weer anderen houden meer van de kleine Terrierachtige honden, die zo vinnig zijn en zoveel schade kunnen aanrichten door het schudden van het hoofd tijdens het bijten. In de pit zegevierde vandaag het ene type, en morgen het andere!

Ondanks het feit, dat mislukkelingen geen kans kregen zich voort te planten, waren er juist zoveel goede honden van elk type, dat zoiets geen houvast gaf voor dapperheid. Maar het geld dat te verdienen is met honden met 'stamboom' beweegt eigenaars er niet alleen toe te streven naar een willekeurig type, maar ook om de punten van dat type te overdrijven, zodat het sterker LIJKT omdat het forser, lager bij de grond en breder in schedel is dan enige hond die ooit in de pit vocht.

Deze uitzonderijke variatie in type bij Staffords is geenzins beperkt tot het uiterlijk. Alle goede Staffords zijn 'game' maar sommigen zijn buitengewoon onstuimig en ruw, terwijl anderen daarintegen gehoorzaam en zachtaardig zijn, karaktertrekken die even duidelijk als het uiterlijk via bepaalde stammen doorgegeven worden.

Twee zeer beroemde honden, die ik toevallig erg goed gekend heb, Ch. Gentleman Jim en Great Bomber, bezaten deze kenmerken in bepaalde mate. Jim deed werkelijk zijn naam eer aan, en over het algemeen zijn zijn nakomelingen volgzaam, intelligent en gemakkelijk op te voeden. Bomber daarintegen kon gewoon niet rustig zijn, liep over van onstuimige vriendelijkheid en was bijzonder eigenzinnig. Zijn type moet met bijzonder stevige (en soms harde!!) hand worden aangepakt, terwijl het meer zachtaardige type gemakkelijk in de gevoelens te kwetsen is en dat men diep kan treffen met een paar harde woorden.

Geen ras is lichamelijk harder dan de Stafford, want zij schijnen zowat ongevoelig te zijn voor pijn. Ik heb eens mijn eigen teef, die gewend is aan fretten, het frettenhok in zien gaan om te kijken of er wat te halen was. Een van de fretten beet zich in haar lip vast en bleef eraan hangen, wat toch behoorlijk pijnlijk geweest moet zijn. Toch raakte ze niet geërgerd en maakte ook geen drukte, maar kwam rustig naar me toe om het diertje er af te laten wurgen.

Het is deze onverschilligheid voor pijn, die ze zulke ongeëvenaarde vechthonden maakt. Bijna elke hond vecht zolang hij maar wint, maar men heeft een uitzonderlijke hond nodig voor lang, verloren gevecht om het dan nog eens te proberen hoewel hij geen enkele kans maakt; en een goede Stafford komt terug, al is het kruipend!!!!!

Desondanks is het ras niet vechtlustig van nature, en het is ongewoon dat een Stafford zijn eerste gevecht zelf begint. Hij wordt ofwel door iemand opgehitst, of hij wordt aangevallen en vecht terug uit zelfverdediging. Maar als hij (of zij, want teven vechten ook) eenmaal de smaak van het vechten te pakken heeft, dan is er niets dat hij liever doet. En daarom raad ik enkel enthousiastellingen aan om aan dit ras te beginnen.

Degene, die een Stafford als huishond wil, maar verwacht dat hij de hond vrij los kan laten lopen en voor zichzelf te laten zorgen, zal zijn keuze weldra betreuren. Ik heb er gekend, die los op straat liepen en zo'n twee of drie jaar met andere honden omgingen. Maar vroeg of laat raken ze gewond in het spel, of worden betrokken in andermans vechtpartijen en plotseling beseffen zij wat een pret ze gemist hebben.

Vanaf dat moment wachten zij geen uitnodiging af, en zij vechten om te doden. Water noch gebruikelijke hulpmiddeltjes krijgt ze uit elkaar, en ik heb een Stafford zien vechten met een tweemaal zo grote Collie, midden in de vaart, waarin de eigenaar van de Collie ze had gegooid om ze uit elkaar te krijgen. Maar de Stafford liet niet los en ze verdronken bijna, voordat we ze het water uit konden halen. En minder enthousiaste eigenaars voelen er vaak niets voor zich in het gekrakel te storten om hun hond los te wurgen, wat de enige effectieve manier is.

Degene die bereid is de nodige moeite te doen om een potentieel hoopje moeilijkheden correct op te voeden en goed beweging te geven, zal ruimschoots beloond worden door te constateren dat hij heel wat minder bezwaarlijk is dan hij aanvankelijk dacht. Hij krijgt aanhankelijkheid die men in andere rassen niet aantreft, en 'Stafford mensen' beschouwen alle andere rassen als straathonden!!!
Hij krijgt een hond, die een fantastische kameraad is voor zijn kinderen, hoewel het nodig zal zijn er op toe te zien, dat de hond niet te krachtig ingrijpt als zijn jonge baasje ruzie heeft met een speelkameraadje. Hij zal een hond krijgen, die onverslaanbaar fel is op ratten en die elke andere prooi te lijf zal gaan, die zijn baas ook maar uitkiest.

Sommige Staffords zijn uitstekende jachthonden gebleken onder het geweer, maar vreemd genoeg is een groot gedeelte bang voor het schot, hoewel vaak niet van begin af aan. Mijn eigen teef bijvoorbeeld ging in haar eerste seizoen graag mee op jacht. Langzamerhand kreeg zij een hekel aan het geweer en het leek wel of het niet het schot was, waar ze bezwaren tegen had, maar dat ze door had, dat er iets gedood werd als het schot viel en dat mijn schutterskunst niet zo fantastisch was.

Zo zijn ook vele Staffords geschikt voor het waterwerk, en ik heb ze zien wedijveren met Spaniels en Retrievers, die ze ver achter zich lieten. Toch is het nodig ze geleidelijk aan water te wennen, en met warm weer, anders gaan ze er vaak helemaal niet in.

Kortom, de Stafford is een hond met een heel bijzonder karakter. Doe veel moeite om het karakter van de hond te ontwikkelen, en leid het in goede banen, en je zult geen fijner ras ter wereld vinden.


Bronvermelding: Staffordshire Bull Terrier Club Nederland.


Gemaakt op: 08/02/2009 - 21:55
Laatste wijziging : 08/02/2009 - 22:07
Categorie : Algemene Informatie SBT
Pagina gelezen 428 keren


Print preview Print preview     Print deze pagina Print deze pagina

Reacties op dit artikel


Er heeft nog niemand gereageerd.


- Asp. Clubfokker
Bezoekers

 65149 Bezoekers

 5 Bezoekers online

Zoeken




De tijd



Kalender


Weeknummer 36

Agenda komende 1 dagen


Geen evenementen

Shoutbox

Sorry, alleen voor leden

centrale box
Foto album

---- Mijn favoriete sites
^ Boven ^

Alle geregistreerde handelsmerken genoemd of naar verwezen op deze website
zijn eigendom van de respectievelijke eigenaars.
Site Copyright Kennel Meanman © 2006 - 2010.


  Site powered by GuppY v4.5.17 © 2004-2005 - CeCILL Free License